ECLI:NL:RBZWB:2026:729
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging bij belastingaanslag 2021
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2021. Het beroepschrift is ingediend door een gemachtigde zonder dat een machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat deze gemachtigde bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft de gemachtigde tweemaal verzocht om het verzuim te herstellen door alsnog een machtiging in te dienen, maar dit is niet gebeurd. Er is geen verontschuldiging voor het niet tijdig indienen van de machtiging gegeven.
Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het bestreden besluit in stand gelaten en vindt geen inhoudelijke beoordeling plaats. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.P.A.G. Dekkers op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.