ECLI:NL:RBZWB:2026:73
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard en een weigering van een ZW-uitkering werd gehandhaafd. Het UWV heeft later het bezwaar gegrond verklaard, het eerdere besluit ingetrokken en alsnog een IVA-uitkering toegekend, waarmee het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen.
Naar aanleiding van de intrekking van het beroep verzocht verzoekster om een proceskostenveroordeling van het UWV. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het UWV heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vergoeding van het griffierecht en de kosten van rechtsbijstand.
De rechtbank oordeelt dat het UWV geheel aan verzoekster is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van € 934,- voor de proceshandelingen en het griffierecht van € 51,-. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.