ECLI:NL:RBZWB:2026:731
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij voorlopige aanslag
Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op een brief van 1 augustus 2024, waarin zij bezwaar maakte tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2023. De inspecteur had de voorlopige aanslag op 21 juni 2024 opgelegd en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat tegen een voorlopige aanslag geen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift als een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag moet worden aangemerkt. De inspecteur heeft op 22 oktober 2024 op dit verzoek beslist door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en de aanslag niet te herzien.
Belanghebbende stelde de inspecteur op 18 september 2024 in gebreke, maar de rechtbank stelt vast dat deze ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn voor het verzoek om herziening tot 26 september 2024 liep. Hierdoor is het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard en komt de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling of het vaststellen van een dwangsom.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.