ECLI:NL:RBZWB:2026:733
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen dwangbevelkosten
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de dwangbevelkosten van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019. De ontvanger van de Belastingdienst had deze kosten in de bezwaarfase volledig verminderd. Desondanks stelde belanghebbende beroep in tegen het besluit van 10 april 2025.
Bij intrekking van het beroep verzocht belanghebbende om veroordeling van de ontvanger in de proceskosten. De ontvanger stelde dat er geen recht op vergoeding bestond omdat het beroep niet-ontvankelijk was en er geen procesbelang meer was, aangezien de kosten al waren verminderd.
De rechtbank oordeelde dat de ontvanger niet aan belanghebbende was tegemoetgekomen in het beroep, omdat de vermindering al in bezwaar had plaatsgevonden. Hierdoor was er geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 6 februari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de ontvanger de kosten al in bezwaar had verminderd.