ECLI:NL:RBZWB:2026:737
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij voorlopige aanslag
Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2023. De inspecteur had de voorlopige aanslag op 21 juni 2024 opgelegd. Belanghebbende stuurde op 1 augustus 2024 een bezwaarschrift, gevolgd door een ingebrekestelling op 17 september 2024 wegens het uitblijven van een beslissing. Op 8 oktober 2024 werd beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat tegen een voorlopige aanslag geen bezwaar mogelijk is en wees het verzoek om een dwangsom af. Belanghebbende stelde dat het bezwaarschrift als verzoek om herziening of ambtshalve vermindering moest worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het bezwaarschrift terecht als verzoek om herziening heeft behandeld en daarop op 22 oktober 2024 heeft beslist.
De rechtbank stelde vast dat de ingebrekestelling prematuur was omdat deze werd ontvangen voordat de beslistermijn van acht weken op het verzoek om ambtshalve vermindering was verstreken. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk en kon de rechtbank niet inhoudelijk op het beroep ingaan. Er werd geen dwangsom vastgesteld en er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.