AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij WOZ-beschikking
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar, maar heeft het griffierecht van €385,- niet binnen de gestelde termijn betaald. De griffier heeft eiseres tweemaal schriftelijk gewezen op de betalingsverplichting en de termijn, waarbij de tweede brief aangetekend is ontvangen.
Eiseres heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet tijdig betalen van het griffierecht. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:54 AwbPro. Tevens verzoekt eiseres om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank wijst dit af omdat geen inhoudelijke behandeling van het beroep plaatsvindt en de termijn niet langer dan anderhalf jaar is verstreken.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/3127
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V, statutair gevestigd in [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
en
de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 juni 2025. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking met [aanslagnummer] voor het object [adres] . De aanslag is opgelegd aan [B.V.]
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 vanPro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 385,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eiseres bij brief van 30 juni 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 29 juli 2025 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 31 juli 2025 om 09:52 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend.
5. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Immateriële schadevergoeding
7. Eiseres heeft tevens verzocht om een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. De Hoge Raad heeft in het arrest van 2 december 2016 beslist dat een niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vanwege het niet-betalen van griffierecht met zich meebrengt, dat ook geen uitspraak meer behoeft te worden gedaan ten aanzien van het verzoek om vergoeding van immateriële schade. [1] Dit is slechts anders in het – zich in deze zaak niet voordoende – geval waarin de rechtbank uitspraak doet nadat sinds het instellen van het beroep meer dan anderhalf jaar zijn verstreken. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om een immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.