ECLI:NL:RBZWB:2026:778

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
02.079906-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 lid 1 Wetboek van StrafrechtArt. 141 lid 2 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor in vereniging plegen van openlijk geweld in Oosterhout

Op 31 december 2023 vond in het uitgaansgebied van Oosterhout een conflict plaats tussen verdachte en zijn vrienden enerzijds en het slachtoffer en diens vrienden anderzijds. Verdachte maakte slaande en trappende bewegingen richting het slachtoffer, zoals vastgelegd op camerabeelden.

De officier van justitie achtte bewezen dat verdachte deze geweldshandelingen heeft gepleegd, maar onvoldoende bewijs bestond voor het in vereniging plegen van geweld. De verdediging stelde dat verdachte geen significante bijdrage aan het geweld had geleverd.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet voldeed om te concluderen dat verdachte samen met anderen geweld heeft gepleegd. Er was geen aanwijzing dat anderen soortgelijke geweldshandelingen pleegden. Daarom is verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van openlijke geweldpleging in vereniging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij in vereniging openlijk geweld heeft gepleegd.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02.079906-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 februari 2026
[verdachte ] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsvrouw mr. S.M.E. van Fraaijenhove van der Maas, advocaat te Breda.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 januari 2026, waarbij de officier van justitie, mr. L.J. den Braber, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Op 31 december 2023 in Oosterhout openlijk geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] (hierna: [benadeelde] ) en een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en).

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de geweldshandelingen jegens [benadeelde] (gedachtestreepjes 1 en 2 in de tenlastelegging) heeft begaan, gelet op de camerabeelden, de aangifte van [benadeelde] en de verklaring van verdachte. Voor het laatste gedachtestreepje is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en dient partieel vrijspraak te volgen.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde openlijke geweldpleging omdat verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Daarom moet vrijspraak volgen.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
Op basis van het dossier en wat op zitting is besproken, stelt de rechtbank vast dat op 31 december 2023 in het uitgaansgebied in het centrum van Oosterhout een conflict heeft plaatsgevonden tussen verdachte en zijn vrienden en verdachte [benadeelde] en zijn vrienden.
Op grond van de beschrijving van de camerabeelden stelt de rechtbank vast dat verdachte in de richting van [benadeelde] loopt en slaande bewegingen maakt in de richting van [benadeelde] . Deze slaande bewegingen worden door [benadeelde] ontweken doordat hij bukt. Vervolgens is te zien dat verdachte een trappende beweging, ook wel waargenomen als een kniestoot, maakt in de richting van [benadeelde] . Deze handelingen van verdachte zijn ten laste gelegd onder de gedachtestreepjes 1 en 2.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld. De rechtbank dient daarom te beoordelen of bovenstaande gedragingen kunnen worden gekwalificeerd als openlijk geweld. Daarvoor moet er sprake zijn van openlijk en met verenigde krachten plegen van geweld tegen in dit geval [benadeelde] en eventuele andere personen. Niet is vereist dat verdachte zelf geweld heeft gepleegd. Het is voldoende dat wordt bewezen dat verdachte opzet had op het in vereniging plegen van openlijk geweld en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd.
De rechtbank stelt vast dat uit het dossier niet volgt dat er tijdens de situatie die in de tenlastelegging is opgenomen, ook door iemand anders geweld tegen [benadeelde] is gepleegd bestaande uit slaande bewegingen richting het hoofd van [benadeelde] en/of trappende bewegingen richting het lichaam van die [benadeelde] .
Oftewel, op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken, blijkt niet dat verdachte samen met een ander of anderen geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde] zoals ten laste is gelegd.
In de tenlastelegging is vervolgens onder het derde gedachtestreepje opgenomen het door verdachte samen met een ander of anderen slaan en/of stompen van een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en). Het dossier biedt ook geen aanknopingspunten dat er door verdachte of anderen dergelijke geweldshandeling zijn toegepast, laat staan dat verdachte dit geweld in vereniging heeft gepleegd. Dit is ook door de officier van justitie en de verdediging al opgemerkt.
Gelet op de bovenstaande overwegingen is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van in vereniging geweld plegen, zoals dat aan verdachte ten laste is gelegd, zodat verdachte van het feit zal worden vrijgesproken.

5.Beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
-
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Combee, voorzitter, en mr. S. Tempel en
mr. D.H. Hamburger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 10 februari 2026.
Mr. Hamburger en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 31 december 2023 te Oosterhout, gemeente Oosterhout, openlijk, te weten op of aan de Klappeijstraat, gelegen in het uitgaansgebied in het centrum van Oosterhout, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen, te weten
[benadeelde]en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) door:
- een of meerdere vuistsslag(en), althans slaande bewegingen, in de richting van het gezicht en/of het hoofd van voornoemde [benadeelde] te geven/te maken en/of
- een trappende beweging te maken en/of een knietje te geven in de richting van het hoofd,
althans het lichaam van voornoemde [benadeelde] en/of
- een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) te slaan en/of te stompen;
(Artikel art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 141 lid 2 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)