ECLI:NL:RBZWB:2026:785

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
C/02/443745 / FA RK 26-86
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Benjaddi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1996, met een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene kampt met een stem die hem opdrachten geeft, wat leidt tot agressief gedrag en vernielingen, waaronder recente schade aan de kamer van zijn behandelend psychiater.

De behandeling vond plaats met gesloten deuren waarbij betrokkene, zijn advocaat, een FACT-psychiater, een psychiater in opleiding en een casemanager aanwezig waren. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene erkent de problematiek en wil hulp, maar heeft moeite met verplichte zorg. De behandelaars benadrukken de noodzaak van verplichte zorg vanwege het stoppen met medicatie en het risico op agressie.

De rechtbank concludeert dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel en gevaar voor zichzelf en anderen. Gezien het ontbreken van voldoende intrinsieke motivatie voor vrijwillige zorg, acht de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk. De machtiging omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, contact met het FACT-team, opname en insluiting. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De machtiging geldt voor zes maanden tot 16 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte medicatie, opname en insluiting wegens ernstig nadeel door een psychotische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443745 / FA RK 26-86
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] , Guinee,
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [plaats] ,
verblijvende te [accommodatie] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , FACT-psychiater;
  • de heer [persoon 2] , psychiater in opleiding;
  • de heer [persoon 3] casemanager FACT.
Tevens was aanwezig maar niet gehoord:
- mevrouw [persoon 4] , stagiaire van de advocaat van betrokkene.
1.3.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.2.
Door de officier van justitie is een afzonderlijk verzoek ingediend in de zaak met het kenmerk C/02/443934 / FA RK 26/194 tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),voor de duur van drie weken. Dit verzoek is gezamenlijk met het voorliggende verzoek behandeld, maar hier is in een aparte beschikking op beslist.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene vertelt dat de stem van God zijn leven beheerst. Deze stem geeft hem adviezen, zoals wat voor kleding hij moet dragen, wanneer hij moet douchen, roken en bidden. De stem vertelt hem ook andere vervelende boodschappen, bijvoorbeeld dat de psychiater racistisch is. Door de stem lukt het betrokkene vaak niet om te slapen. Na een gesprek met zijn behandelend psychiater, dat betrokkene niet fijn vond, heeft de stem hem opdrachten gegeven om vernielingen in de kamer van de psychiater aan te richten. Achteraf vindt hij het vreselijk dat hij meerdere spullen van de psychiater, waaronder haar laptop, maar ook zijn eigen horloge heeft vernield. Hoewel hij denkt dat hij met de stem zal moeten leren leven heeft hij ook moeten vaststellen dat hij door deze stem veel is kwijt geraakt, waaronder zijn werk en relaties. Hij zou daarom graag hulp willen om ervoor te zorgen dat hij minder last van de stem heeft. Wel heeft hij moeite met het verzoek dat nu ter zitting wordt behandeld, omdat dit om verplichte zorg gaat en verplicht klinkt voor hem niet goed.
3.2.
De FACT-psychiater brengt naar voren dat de aanvraag van een zorgmachtiging is ingezet, nadat betrokkene volledig was gestopt met het gebruik van de hem voorgeschreven depotmedicatie wegens ongewenste bijwerkingen. Betrokkene stemde wel in en werkte ook zelfstandig mee aan medicatiegebruik in orale vorm. Daardoor ging betrokkene beter slapen. Echter een week geleden maakte betrokkene kenbaar met de orale medicatie te zijn gestopt. Betrokkene meldde zich vervolgens zelf op haar kantoor met de mededeling dat hij drie nachten niet had geslapen. In een daaropvolgend gesprek met betrokkene is hij de controle over zichzelf volledig kwijt geraakt en heeft hij in haar kamer onder meer een tafel, laptop, klok en bloempot vernield. Dit was voor de psychiater een zeer beangstigende situatie. De psychiater acht zorg in een gedwongen kader noodzakelijk om duurzaam te bereiken dat betrokkene de hem voorgeschreven medicatie consequent blijft innemen. Hiermee worden agressie incidenten in de toekomst voorkomen. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt zij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, opname in een accommodatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het onderhouden van contact met het FACT team.
3.3.
De psychiater in opleiding sluit zich aan bij al wat door de FACT-psychiater naar voren is gebracht. Aanvullend merkt hij op dat betrokkene opnieuw wordt ingesteld op medicatie. Daarmee worden er voorzichtig stappen richting een herstel gemaakt. Rekening houdend met de medicatie switch die gemaakt dient te worden van medicatie in orale vorm naar depotmedicatie ziet hij tevens de noodzaak tot het aanvullend (kunnen) toepassen van ‘insluiten’ bij wijze van verplichte zorg, bedoeld om betrokkene tijdelijk in een prikkelarme omgeving te laten verblijven.
3.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt, bezien uit oogpunt van zijn behandel- en hersteltraject, van een meewerkende houding blijk geeft. Dit houdt tevens verband met de bij hem oprecht aanwezige roep om hulp om ervoor te zorgen dat hij geen last meer zal hebben van de stem die hem verkeerde opdrachten geeft en soms ook tot gevaarlijke acties aanzet. Betrokkene is ook bereid, zij het in een vrijwillig kader, om zelf naar de GGZ te komen en er op die wijze voor te zorgen dat hij deze zorg en hulp daadwerkelijk ontvangt. Uitgaande van die bereidheid stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank anders mocht oordelen dient van de zorgmachtiging in elk geval ‘insluiten’ geen deel uit te maken.
3.5.
De FACT-psychiater geeft aan er achter te kunnen staan dat ‘insluiten’ aanvullend aan de zorgmachtiging wordt toegevoegd. Zij is geen voorstander van de door de advocaat van betrokkene ter zitting genoemde optie dat wordt beslist op het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting crisismaatregel, in afwachting van een nieuw in te dienen gewijzigd verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
4.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene kampt met een stem, door betrokkene aangeduid als ‘de stem van God’, die hem adviezen geeft, zoals over zijn dagelijkse verzorging, maar die hem ook opdrachten geeft waardoor hij achterdochtig en boos wordt en vervolgens tot agressieve acties komt, waarbij hij spullen vernielt. Ook heeft zijn gedrag er eerder toe geleid dat betrokkene strafrechtelijk is veroordeeld en gedetineerd is geweest. Zeer recent heeft betrokkene, na te zijn gestopt met orale medicatie, in de kamer van de FACT-psychiater grote vernielingen aangericht en aanzienlijke schade veroorzaakt.
4.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.5.
Uit de opstelling van betrokkene ter zitting blijkt dat bij hem sprake is van onvoldoende intrinsieke motivatie om de zorg, die volgens zijn behandelaren nodig is om aan herstel te werken, consequent te accepteren en daaraan mee te werken, indien er van een vrijwillig kader sprake is. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) onderhouden van contact met het FACT team;
- opnemen in een accommodatie.
Daarnaast zal, op grond van artikel 6:4, tweede lid Wvggz (met betrekking tot het ambtshalve opnemen van vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging), aanvullend als verplichte vorm van zorg in deze machtiging worden opgenomen:
- insluiten.
Deze zorgvorm acht de rechtbank noodzakelijk gezien de toelichting dat er een medicatiewisseling zal plaatsvinden voor betrokkene waarbij het onvoorspelbaar is hoe hij hierop zal reageren.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat.
4.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] , Guinee,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.