ECLI:NL:RBZWB:2026:796

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
12023730 VV EXPL 25-102 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWOpiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsvordering na bestuursrechtelijke sluiting woning op grond van Opiumwet

In deze kortgedingprocedure vordert Laurentius de ontruiming van een woning die bestuursrechtelijk is gesloten op grond van de Opiumwet. De ontbinding van de huurovereenkomst is buitengerechtelijk verklaard naar aanleiding van deze sluiting op 8 januari 2026.

De gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering. De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of onredelijk is en wijst deze toe. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn gespecificeerd en begroot op € 831,27, inclusief griffierecht, kosten dagvaarding, salaris gemachtigde en nakosten.

De ontruiming moet binnen 24 uur na opheffing van de bestuursrechtelijke sluiting op 8 april 2026 plaatsvinden. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen bij niet-tijdige betaling. De mondelinge uitspraak is gedaan door kantonrechter O.J. Boeder in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning wordt toegewezen en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 12023730 \ VV EXPL 25-102
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 9 februari 2026
in de zaak van
DE VERENIGING MET VOLLEDIGE RECHTSBEVOEGDHEID LAURENTIUS,
te Breda,
eisende partij,
hierna te noemen: Laurentius ,
gemachtigde: mr. Y.F. Rijswijk,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.D.M. Klein Selle.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Breda .
De zaak wordt behandeld door mr. O.J. Boeder, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.G. van Poucke als griffier.
Aanwezig zijn:
- namens Laurentius , [persoon] ,
- mr. Y.F. Rijswijk, gemachtigde van Laurentius ,
- mr. A.D.M. Klein Selle, gemachtigde van [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Laurentius legt aan de vordering tot ontruiming ten grondslag de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst ten gevolge van de bestuursrechtelijke sluiting van de woning op basis van de Opiumwet, d.d. 8 januari 2026.
1.2.
[gedaagde] voert geen verweer. De vorderingen van Laurentius komen niet onrechtmatig of onredelijk voor en worden toegewezen.
1.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Laurentius worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,77
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
831,27
1.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning op het [adres] in [plaats] binnen 24 uur na de opheffing van de bestuursrechtelijke sluiting op 8 april 2026 te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken voor zover deze niet het eigendom van Laurentius zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Laurentius te stellen, onder de voorwaarde dat dit vonnis uiterlijk 9 maart 2026 aan [gedaagde] wordt betekend.
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 831,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.