ECLI:NL:RBZWB:2026:815

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5365 hersteluitspraak
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak inzake dwangsom bij niet tijdige besluitvorming gemeente Oosterhout

Op 27 januari 2026 deed de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak in een bestuursrechtelijke zaak tussen eisers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout. Na de uitspraak stuurden eisers op 4 februari 2026 een e-mail waarin zij wezen op een kennelijke verschrijving in rechtsoverweging 8.

De rechtbank stelde vast dat in de uitspraak abusievelijk werd verwezen naar de onder 5. genoemde dwangsom, terwijl dit de onder 6. genoemde dwangsom had moeten zijn. De rechtbank besloot daarom de uitspraak te herstellen door de zinsnede aan te passen.

De rest van de uitspraak bleef ongewijzigd. De hersteluitspraak werd gedaan door rechter M. Breeman op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Hiermee is de juiste dwangsom in de uitspraak bevestigd, wat van belang is voor de handhaving van het bestuursrechtelijk besluit.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de uitspraak door de juiste dwangsom te benoemen en laat de rest ongewijzigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/5365

uitspraak van 10 februari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eisers] , uit [woonplaats] , eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout.

Procesverloop

1. Op 27 januari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. [1]

Overwegingen

2. Eisers hebben naar aanleiding van de uitspraak van 27 januari 2026 (hierna: de uitspraak) een e-mail naar de rechtbank gestuurd op 4 februari 2026. Eisers geven aan dat in rechtsoverweging 8. wordt benoemd dat het college de onder 5. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist. Dit moet volgens eisers de onder 6. genoemde dwangsom zijn.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.

Beslissing

De rechtbank:
- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 27 januari 2026 aldus, dat de zinsnede “ dat het college de onder 5. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist” wordt vervangen door: “dat het college de onder 6. genoemde dwangsom moet betalen als niet op tijd wordt beslist”;
- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: