ECLI:NL:RBZWB:2026:824
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser, werkzaam als sort operator via een uitzendbureau, ontving sinds maart 2023 een Ziektewet-uitkering vanwege rug- en schouderklachten. Het UWV beëindigde deze uitkering per 22 april 2024 omdat eiser volgens hun beoordeling meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, wat betekent dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiser stelde dat het UWV ten onrechte afzag van een hoorzitting en dat zijn medische beperkingen, met name psychische klachten en pijn, onvoldoende zijn erkend. De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld door eiser tijdig te informeren over de mogelijkheid van een telefonische hoorzitting, waarop geen reactie kwam. Medisch onderzoek, inclusief een uitgebreide anamnese en beoordeling door een verzekeringsarts, toonde geen aanwijzingen voor ernstigere beperkingen dan vastgesteld.
Ook de arbeidsdeskundige van het UWV heroverwoog de voorbeeldfuncties en concludeerde dat drie functies geschikt zijn voor eiser, ondanks zijn beperkte taalvaardigheid. De rechtbank vond de motivering van het UWV voldoende en concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering blijft in stand.