ECLI:NL:RBZWB:2026:838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste CO2-uitstoot en afschrijvingsmethode
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 5.418 en een belastingrentebeschikking van € 19 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur baseerde de aanslag op een hogere CO2-uitstoot dan door belanghebbende opgegeven en een forfaitaire afschrijvingstabel. De rechtbank oordeelt dat de CO2-uitstoot 154 gram per kilometer bedraagt, zoals belanghebbende stelde, en dat de forfaitaire afschrijving gunstiger is dan de taxatiemethode.
De rechtbank verwerpt het verweer dat de hertaxateur niet deskundig of onafhankelijk zou zijn en oordeelt dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden, omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan en de wettelijke termijn voor naheffing niet is overschreden. De rechtbank stelt de verschuldigde BPM vast op € 1.925, verminderd met reeds betaalde € 287, zodat de naheffingsaanslag wordt verlaagd naar € 1.638.
Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van € 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 500 voor rekening van de inspecteur en € 1.000 voor rekening van de Staat. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 3.200 aan belanghebbende.
De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bepaalt dat de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking worden verminderd. De rechtbank benadrukt dat de uitspraak pas uitvoerbaar is na onherroepelijkheid en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en belastingrente worden verminderd, immateriële schadevergoeding toegekend en proceskosten vergoed.