ECLI:NL:RBZWB:2026:839
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens correcte CO2-uitstoot en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €229 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat de enige geschilpunt de hoogte van de CO2-uitstoot was. Na overlegging van een aangepast kentekenregister waarin de CO2-uitstoot was verlaagd naar 50 gram per kilometer, erkende de inspecteur dit en werd de bruto BPM vastgesteld op €2.310.
De rechtbank concludeerde dat de verschuldigde BPM op basis van de forfaitaire afschrijvingstabel €1.012 bedraagt, hetgeen belanghebbende reeds had voldaan. Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd. Daarnaast verzocht belanghebbende om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar.
De rechtbank constateerde dat de bezwaarfase 23 maanden duurde, waarbij de redelijke termijn met 13 maanden werd overschreden. Belanghebbende kreeg een schadevergoeding van €2.000 toegekend, waarvan €1.130 voor rekening van de inspecteur en €870 voor rekening van de Staat. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van in totaal €3.565.
De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers en griffier R.J.M. de Fouw en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt vernietigd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.