ECLI:NL:RBZWB:2026:844

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
25/2746
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij aanslag inkomstenbelasting 2021

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.

De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift is zes weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, die op 19 december 2024 is gedateerd. De termijn eindigde derhalve op 30 januari 2025. Het beroepschrift werd echter pas op 27 maart 2025 ontvangen door de inspecteur en op 3 juni 2025 door de rechtbank, wat duidelijk te laat is.

De rechtbank heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om redenen voor de termijnoverschrijding aan te geven, maar er is geen reactie ontvangen. Er is ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid. Daarom is het te laat indienen niet verontschuldigbaar en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/2746

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 december 2024. Belanghebbende heeft bij brief, ontvangen bij de belastingdienst op 27 maart 2025, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur. De inspecteur heeft de brief doorgezonden naar de rechtbank, omdat de rechtbank bevoegd is het beroepschrift te behandelen. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021, met [aanslagnummer] H.16.01 en de bij gelijktijdige beschikking opgelegde vergrijpboete en in rekening gebrachte belastingrente.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 19 december 2024 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 30 januari 2025.
4.1.
Het beroepschrift is op 27 maart 2025 bij de inspecteur ontvangen. De inspecteur heeft het beroepschrift doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank heeft het beroepschrift op 3 juni 2025 ontvangen. Uitgaande van de eerste datum, de dag waarop de belastingdienst het beroepschrift heeft ontvangen, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende is bij bericht van 5 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld om redenen aan te geven voor deze termijnoverschrijding. Dit verzoek is herhaald bij bericht van 5 september 2025 om 8:39 uur. Belanghebbende heeft niet gereageerd. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. Het te laat indienen is dus niet verontschuldigbaar.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.