ECLI:NL:RBZWB:2026:852

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
02-161952-24
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 Wetboek van StrafrechtArt. 247 Wetboek van StrafrechtArt. 248 lid 2 Wetboek van StrafrechtArt. 316, tweede lid, Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis heropening onderzoek feitelijke aanranding pleegdochter

Op 29 januari 2026 vond de inhoudelijke behandeling plaats van de zaak tegen verdachte, die wordt verdacht van feitelijke aanranding en subsidiair ontucht met zijn pleegdochter in november 2023.

Tijdens de beraadslaging constateerde de rechtbank dat het onderzoek niet volledig was, met name vanwege de aanwezigheid van belastende verklaringen en een relevant WhatsApp-gesprek tussen verdachte en zijn ex-partner. De inhoud van dit gesprek is voor meerdere uitleg vatbaar, waardoor de rechtbank het noodzakelijk acht om de ex-partner als getuige te horen over de context van de berichten.

De rechtbank besluit het onderzoek te heropenen en te schorsen, met het oog op het horen van deze getuige. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd om het nader onderzoek te verrichten. De zaak zal op een nader te bepalen datum worden hervat, waarbij alle betrokkenen worden opgeroepen.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek en beveelt het horen van een getuige over een relevant WhatsApp-gesprek.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-161952-24
Tussenvonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1975,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. M. Houweling, advocaat te Roosendaal.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. A. Verhoeven en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feitelijke aanranding van zijn pleegdochter, subsidiair ten laste gelegd als het plegen van ontucht met zijn pleegdochter.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting

Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
In het dossier bevinden zich meerdere belastende verklaringen van [aangeefster] en van [getuige 2] , waarbij aan de rechtbank de vraag voorligt of deze als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. In deze verklaringen wordt met name over twee specifieke momenten gesproken waarop het ten laste gelegde plaats zou hebben gevonden.
Naast deze verklaringen is in de telefoon van verdachte een WhatsApp-gesprek gevonden tussen verdachte en zijn ex-partner [getuige 1] , opgenomen op pagina 95 van het dossier. Ook in dit WhatsApp-gesprek gaat het over twee momenten. Zo stuurt verdachte onder andere: ‘De eerste keer is mijn fout heel veel spijt’ en ‘De eerste keer is een domme fout. De 2de keer is [aangeefster] haar schuld’. Verdachte heeft ter zitting een nadere verklaring gegeven voor dit gesprek. Hij stelt dat dit gesprek niet zou gaan over het ten laste gelegde maar over de keren dat hij en zijn ex-partner uit elkaar zijn gegaan.
De rechtbank acht dit WhatsApp-gesprek relevant voor het bewijs, maar is van oordeel dat de inhoud van het gesprek voor meerdere uitleg vatbaar is. Daarom acht zij het noodzakelijk dat [getuige 1] als getuige wordt gehoord over de context van dit WhatsApp-gesprek. Het gaat dan met name om de door verdachte verzonden tekst dat de eerste keer zijn fout was en de tweede keer [aangeefster] haar schuld en in welke context dit gesprek moet worden gezien.
De rechtbank is van oordeel dat als getuige moet worden gehoord:
[getuige 1] , geboren op [geboortedag 2] 1990 te [geboorteplaats 2] .
De rechtbank is ex artikel 316, tweede lid, Sv voornemens om voor het horen van de getuige [getuige 1] uit haar midden een rechter-commissaris aan te wijzen, te weten mr. C.H.M. Pastoors. De benoemingsbeslissing zal, na instemming van de officier van justitie en de verdediging, apart worden opgemaakt. De rechtbank zal de stukken in handen van de rechter-commissaris stellen opdat deze genoemd onderzoek doet uitvoeren.

5.Beslissing

De rechtbank:
- heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;
- beveelt de oproeping van verdachte, de raadsman, de benadeelde partij en haar raadsman mr. J.A.M. de Kerf tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat;
- is voornemens om voor het horen van de getuige uit haar midden mr. C.H.M. Pastoors te benoemen als rechter-commissaris;
- stelt de stukken in handen van voornoemde rechter-commissaris, opdat deze het hierboven omschreven onderzoek uitvoert.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter,
en mr. G.M.J. Kok en mr. C.H.M. Pastoors, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van der Ven-van de Riet, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 12 februari 2026.
De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 5 november 2023 tot en met 16 november 2023 te [plaats] , gemeente Halderberge, althans in Nederland,
(telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten
- het feitelijk overwicht op die [aangeefster] , gezien het leeftijdsverschil, en/of
- de relatie pleegvader/pleegdochter, en/of
- het voorbijgaan aan de verbale en/of non-verbale protesten van die van [aangeefster] ,
- het vastpakken en/of vasthouden van de benen en/of voeten van die van [aangeefster] ,
die van [aangeefster] , geboren op [geboortedag 3] 2009, zijnde een kind dat aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het meermalen, althans eenmaal,
- kussen van de voet/voeten van die van [aangeefster] , en/of
- met zijn beklede penis aanraken van de voet/voeten van die van [aangeefster] , en/of
- op en neer bewegen van de voet/voeten van die van [aangeefster] over zijn beklede penis;
( art 246 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 5 november 2023 tot en met 16 november 2023 te [plaats] , gemeente Halderberge, althans in
Nederland,
met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 3] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt,(telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het meermalen, althans eenmaal,
- kussen van de voet/voeten van die van [aangeefster] , en/of
- met zijn beklede penis aanraken van de voet/voeten van die van [aangeefster] , en/of
- op en neer bewegen van de voet/voeten van die van [aangeefster] over zijn beklede penis
terwijl die van [aangeefster] aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd.
( art 247 Wetboek Pro van Strafrecht, art 248 lid 2 Wetboek Pro van Strafrecht )