ECLI:NL:RBZWB:2026:858
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing en schending hoorrecht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €172.000. De rechtbank beoordeelde het beroep na behandeling op zitting en concludeerde dat de waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank stelde vast dat het hoorrecht van belanghebbende was geschonden omdat hij niet was gehoord ondanks zijn verzoek daartoe. Tevens had de heffingsambtenaar niet alle relevante stukken tijdig overgelegd, wat een schending van artikel 8:42 Awb Pro opleverde. Desondanks werden aan deze schendingen geen gevolgen verbonden omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om te reageren.
De heffingsambtenaar had de waarde onvoldoende onderbouwd, aangezien het taxatierapport niet was overgelegd en het taxatieverslag geen inzichtelijke berekening bevatte. Belanghebbende had wel aannemelijk gemaakt dat de woning in een slechtere staat verkeerde, maar kon de door hem voorgestelde waarde van €107.000 niet concreet onderbouwen.
De rechtbank stelde daarom de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €140.000. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €140.000 en de aanslag dienovereenkomstig aangepast.