ECLI:NL:RBZWB:2026:860
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing heffingsambtenaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €832.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de waarde, waarop belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs had geleverd ter onderbouwing van de vastgestelde waarde, aangezien geen taxatierapport of andere onderliggende stukken waren overgelegd. Belanghebbende verwees wel naar een taxatierapport, maar dit was niet ingebracht in de beroepsfase. Ook de door belanghebbende aangevoerde verzakkingsproblemen en discussie over stuwende duikers waren niet met stukken onderbouwd.
Omdat geen van beide partijen de waarde aannemelijk had gemaakt, stelde de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €815.000. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, de aanslag dienovereenkomstig verminderd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd van €832.000 naar €815.000 en de aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd.