ECLI:NL:RBZWB:2026:861
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande recreatiewoning in Middelburg
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande recreatiewoning uit 1979 met een woonoppervlakte van 65 m2 en een perceel van 651 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €557.000, wat leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2024. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde primair een waarde van €450.000 voor.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de heffingsambtenaar een taxatiematrix gebruikte met referentiewoningen in de omgeving. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, onder meer omdat de verschillen in perceeloppervlakte en staat van onderhoud voldoende waren verdisconteerd.
Belanghebbende voerde aan dat de woning in slechte staat verkeerde en niet verhuurbaar was, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Ook de grondprijs en de vergelijkingsobjecten werden door de rechtbank als adequaat beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en handhaafde de beschikking en aanslag. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €557.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.