Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:862

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
24/7440
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Verordening parkeerbelastingen gemeente Veere 2024Artikel 2.16 Procesreglement bestuursrecht rechtbank
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks betaling binnen enkele minuten

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat op 22 juli 2024 om 15:59 uur geen parkeerbelasting was voldaan terwijl de auto geparkeerd stond. Belanghebbende betaalde de parkeerbelasting om 16:01 uur, twee minuten later.

Belanghebbende stelde dat zijn dochter de auto had geparkeerd en eerst haar kinderen en kinderwagen moest uitladen voordat zij de parkeerbelasting kon voldoen. Hij voerde aan dat een redelijke pardontijd van 5 tot 10 minuten geldt om de parkeerapp te starten.

De rechtbank oordeelde dat op grond van de Verordening parkeerbelastingen een redelijke tijd moet worden gegund voor het voldoen van de parkeerbelasting. De controle door parkeercontroleurs neemt enkele minuten in beslag, waarin de dochter van belanghebbende de app had kunnen activeren of dit aan de controleurs had kunnen tonen.

Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de naheffingsaanslag in stand. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/7440
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 oktober 2024.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting met [aanslagnummer] opgelegd (de naheffingsaanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar [vertegenwoordiger] deelgenomen. Belanghebbende heeft zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

2. De auto van belanghebbende met [kenteken] stond op 22 juli 2024 omstreeks 15:59 uur geparkeerd aan de [adres] . Tijdens een controle op voornoemde datum en tijd is door parkeercontroleurs geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.
2.1.
Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, is aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd van € 79,90 bestaande uit een bedrag aan belasting van € 3,20 en € 76,70 aan kosten van de naheffingsaanslag.
2.2.
Belanghebbende heeft op 22 juli 2024 om 16:01 uur de parkeerbelasting voldaan.

Beoordeling door de rechtbank

Vooraf
3. Belanghebbende heeft na sluiting van het onderzoek ter zitting nog nadere stukken ingediend. De rechtbank ziet in deze stukken geen aanleiding om het onderzoek ter heropenen. De rechtbank laat deze stukken buiten beschouwing. Op grond van het procesreglement worden de stukken wel toegevoegd aan het procesdossier. [1]
Beoordeling
3.1.
Tussen partijen is in geschil of de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht heeft opgelegd.
3.2.
Belanghebbende stelt dat zijn dochter op de controledatum de auto in bruikleen had en dat zij de auto heeft geparkeerd. Zij heeft haar twee kinderen en een loopwagen en een kinderwagen eerst uitgeladen en had toen pas de handen vrij om de parkeerbelasting te betalen. Belanghebbende wijst er daarbij op dat de boete om 15:59 uur is uitgeschreven en dat om 16:01 uur de parkeerbelasting is voldaan. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat aan een belastingplichtige een redelijke tijd moet worden gegund om de parkeerapplicatie te starten en daarmee de parkeerbelasting te voldoen. Bovendien geldt volgens belanghebbende in vrijwel alle gemeenten een pardontijd tussen parkeren en betalen van circa 5 tot 10 minuten.
3.3.
De rechtbank stelt voorop dat een redelijke uitleg van artikel 6 van Pro de Verordening parkeerbelastingen gemeente Veere 2024 meebrengt dat, zoals belanghebbende aanvoert, aan een belastingplichtige een redelijke tijd moet worden gegund voor het verrichten van uitvoeringshandelingen tot het voldoen van parkeerbelasting.
3.4.
Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval aan belanghebbende wel degelijk een redelijke tijd gegund. Vaststaat dat aan belanghebbende om 16:01 uur de parkeerapp in werking heeft gezet en dat om 15:59 uur door de parkeercontroleur een naheffingsaanslag is uitgeschreven. De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat de controle voordat een naheffingsaanslag wordt uitgeschreven enige tijd in beslag neemt en gesteld dat de parkeercontroleurs tijdens het opleggen van de aanslag controleren of belastingplichtigen zich bevinden in de buurt van de auto of in de buurt van de parkeerautomaat. Volgens de heffingsambtenaar was dat niet het geval. De rechtbank schat in dat de werkzaamheden die de parkeercontroleur verricht enkele minuten in beslag nemen. In die tijd had de dochter van belanghebbende de parkeerapp kunnen activeren of zich kunnen melden bij de controleurs om te laten zien dat zij bezig was om de parkeerapp te activeren of net de parkeerapp had aangezet.
3.5.
Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. den Braber-Riemens, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Zie artikel 2.16, vierde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbank, Staatscourant 2024, 37982.