ECLI:NL:RBZWB:2026:871
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 11 februari 2026 beslist over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen de burgemeester van Tilburg.
Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vond geen zitting plaats. De voorzieningenrechter beoordeelde of het verzoek ontvankelijk was, waarbij het betalen van griffierecht een vereiste is volgens artikel 8:82 in Pro samenhang met artikel 8:41 Awb Pro.
Verzoeker ontving op 27 januari 2026 een aangetekende brief met een nota voor het griffierecht, met de mededeling dat betaling uiterlijk twee weken na de nota moest plaatsvinden. Ondanks deze waarschuwing werd het griffierecht niet tijdig betaald.
De voorzieningenrechter constateerde dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was ontvangen en verklaarde het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.