Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[vergunninghouder 1]en
[vergunninghouder 2]uit [plaats] ,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Met kennisname van de expliciet benoemde afwijkingen kijkt de commissie nogmaals naar het plan. Zij constateert weliswaar dat er sprake is van hogere bebouwing ten opzichte van de veel oudere panden in de omgeving, maar stelt tegelijkertijd ook vast dat het bouwplan qua schaal en korrelgrootte juist prima aansluit bij de schaal en korrelgrootte van recent gerealiseerde panden in de [adres 3] (directe belending en overzijde van de weg) en de [adres 4] (om de hoek van de [adres 3] ). Met andere woorden er vindt enige schaalvergroting plaats in [plaats] , zoals op veel plaatsen gebeurt. … In het kader van goede omgevingskwaliteit ziet de commissie geen reden om tot een ander advies te komen en herhaalt haar eerder uitgebracht[sic]
positief[sic]
advies. Er is voldoende aangetoond dat wordt voldaan aan de criteria van de welstandsnota en aan redelijke eisen van welstand en aan de te stellen eisen voor het uiterlijk van bouwwerken.”
- 1e zone vanaf de [straat] ongeveer 13 meter diep 200 m2 op 257 m2. Dit betekent een bebouwingspercentage van 77,8% en het mag 90% zijn;
- 2e zone ongeveer 16 meter diep 62 m2 op 228 m2. Dit betekent een bebouwingspercentage van 27% en het mag 60% zijn;
- 3e zone ongeveer 21 meter diep 263 m2 op 303 m2. Dit betekent een bebouwingspercentage van 86,7% en het mag 40% zijn. In deze zone is dus een (bovengrondse) overschrijding van 46,7%.
Eiseres heeft geen zicht op de ondergrondse bebouwing (kelder). Het bebouwingspercentage in zone 3 wordt ook door de bovengrondse bebouwing overschreden. De overschrijding van de[sic]
bebouwingspercentage is – zoals hierboven aangegeven en mede gelet op de tekeningen – meegenomen in de eerdere besluitvorming. In dit kader willen wij benadrukken dat wij – gelet op de aard en omvang van het bouwplan – het bouwplan aanvaardbaar achten, mede gelet op de met dit bouwplan te realiseren toename van het aanbod van koopwoningen in [plaats] .”
Het bebouwingspercentage in de regels van het bestemmingsplan heeft als doel het stedenbouwkundig beeld en straatbeeld op een bepaalde manier in te vullen. Een overschrijding van het percentage aan de achterzijde van het nieuwe gebouw heeft geen effect op het straatbeeld. Het karakter van de [straat] laat zich bovendien kenmerken als een gesloten straatwand waarvoor een hoog bebouwingspercentage om dit te realiseren juist wenselijk is. Stedenbouwkundig gezien is de overschrijding van het in de regels genoemde bebouwingspercentage niet bezwaarlijk en aanvaardbaar.”
De redenering die het college volgt, is: wat er achter op het perceel gebeurt, is vanaf de straat nauwelijks waarneembaar, dus een grotere afwijking van het bebouwingspercentage is dan eerder aanvaardbaar.” Deze redenering sluit niet aan bij de systematiek van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan gaat ervan uit dat er vóór op een perceel meer bebouwing is toegestaan dan achter: de bebouwingspercentages lopen immers vanaf de straat af van 90% tot 60% tot 40%. Volgens eiseres is niet gemotiveerd waarom het algemene belang van de realisatie van negentien woningen zwaarder zou moeten wegen dan de ernstige aantasting van haar woon- en leefklimaat. Een kenbare afweging van haar belangen ontbreekt, terwijl zij een sterk belemmerd uitzicht, massawerking en insluiting, en een ernstige aantasting van haar privacy ervaart. Haar privacy wordt aangetast doordat het dakterras zicht geeft op haar appartement en vanaf de galerijen is er direct inkijk in haar woonkamer en balkon. Tot slot stelt eiseres dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel.