Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
. [2] Het UWV heeft de termijn per brief van 8 november 2024 verdaagd met zes weken. Het UWV had dus uiterlijk op 7 januari 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het UWV moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiser heeft het UWV op 14 mei 2025 in gebreke gesteld. Het UWV heeft de ingebrekestelling op
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt het UWV op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser.