Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- het proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] , opgemaakt in de wettelijke vorm door de politie Zeeland-West Brabant, opgenomen op pagina 76-77 van het eindproces-verbaal met nummer 2024116173/ZB4R024058, genummerd 1 t/m 288;
- het proces-verbaal van forensisch onderzoek woning ( [adres] ), opgenomen op pagina’s 274-277 van voornoemd eindproces-verbaal;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 29 januari 2026.
- een explosief aan te steken,
- een tegel door de ruit van de woning aan [adres] te gooien en
- dat explosief in de woning door de kapotte ruit te gooien,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en inboedel van die woning te duchten was;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
jeugddetentie van 93 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
taakstraf in de vorm van een werkstrafvan
200 uren te vervangen door 100 dagen jeugddetentie;
10.Bijlage I
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- een explosief aan te steken,
- een tegel, althans een hard voorwerp door de ruit van de woning aan [adres] te gooien en/of
- dat explosief in de woning door de kapotte ruit te gooien,
terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten die woning en/of inboedel van die woning
en/of een of meer omliggende woningen en/of inboedel van die omliggende
woningen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten bewoners van de omliggende woningen te duchten was;