AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling diefstal met geweld en bezit luchtdrukwapen met gevangenisstraf
Verdachte heeft samen met twee anderen op 30 mei 2025 te Breda een diefstal met geweld gepleegd door een schoudertas van het slachtoffer af te rukken na het toebrengen van meerdere klappen en trappen. Daarnaast had verdachte op 21 februari 2025 een verboden luchtdrukwapen bij zich.
De rechtbank achtte de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring van verdachte en het bewijs in de bijlagen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.
De strafoplegging hield rekening met het strafblad van verdachte, zijn problematische leefomstandigheden, verslavingen en psychiatrische diagnoses. De rechtbank volgde het reclasseringsadvies en legde een gevangenisstraf van 190 dagen op, met aftrek van het voorarrest, en verlengde de proeftijd met bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding via een speciaal project voor dak- en thuislozen.
De rechtbank benadrukte het belang van een ononderbroken begeleidingstraject na vrijlating en gaf het openbaar ministerie het advies om eventuele openstaande straffen direct aansluitend te laten uitvoeren. De voorlopige hechtenis werd opgeheven zodra de opgelegde straf gelijk was aan het voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 190 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verlenging van de proeftijd met bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-197794-25 en 02-310804-25 (ttz. gev.)
Parketnummer TUL: 02-124347-24
Vonnis van de meervoudige kamer van 12 februari 2025
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [verblijfplaats] ,
raadsman mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda.
1.Onderzoek op de terechtzitting
De zaken zijn inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 vanPro het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
2.De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Parketnummer 02-197794-25
samen met anderen een diefstal met geweld heeft gepleegd.
Parketnummer 02-310804-25
een luchtdrukwapen voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4.De beoordeling van het bewijs
4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring van beide feiten aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-197794-25
op 30 mei 2025 te Breda tezamen en in vereniging met anderen, een schoudertas met inhoud, die geheel aan [slachtoffer] toebehoorde,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer] voornoemd,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door die [slachtoffer] voornoemd (met kracht) * een klap in het gezicht te geven en
* op de grond te duwen en * in de buik te trappen en * de schoudertas af te rukken;
Parketnummer 02-310804-25
op 21 februari 2025 te Breda een wapen van categorie IV, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een luchtdrukwapen heeft gedragen.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5.De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6.De strafoplegging
6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf conform voorarrest.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de eis van de officier van justitie te volgen en een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld van een schoudertas met daarin contant geld en andere persoonlijke bezittingen. Verdachte en zijn medeverdachten deden alsof zij woonruimte hadden voor aangever waarop hij is meegelokt gegaan naar de locatie. Toen zij bij een appartementencomplex aankwamen kreeg aangever een klap in zijn gezicht en werd hij op de grond geduwd. Hij voelde direct pijn aan zijn gezicht. Terwijl hij op de grond lag werd zijn schoudertas afgerukt en renden de daders weg. Door de verdachten is inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever en misbruik van zijn vertrouwen in medemensen. Dergelijke berovingen zijn ernstig en veroorzaken sterke gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder. Bovendien geven zij blijk van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. De rechtbank acht de gehele gang van zaken zeer kwalijk en rekent verdachte dit ten zeerste aan.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een luchtdrukwapen. Het is verboden dit soort wapens voorhanden te hebben.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 10 juli 2025, waaruit blijkt dat veelvuldig met justitie in aanraking is geweest. Hierbij is sprake van veel geweld- en vermogensdelicten. Ook blijkt dat verdachte nog in een proeftijd liep.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies dat over verdachte is opgemaakt van 13 oktober 2025. Hieruit komt naar voren dat er sprake is van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. Verdachte werd in juni 2025 vanuit de Doorstroomvoorziening (DSV) van [accommodatie] overgeplaatst naar de nachtopvang vanwege overbezetting bij DSV. Verdachte weigerde medewerking aan een plaatsing bij de nachtopvang waardoor zijn traject eindigde en verdachte onderdak zocht bij zijn negatieve netwerk. Het ontbreekt verdachte aan stabiele huisvesting en daarnaast is sprake van dagelijks cannabisgebruik en meermaals per week gebruik van synthetische drugs. Verdachte werd in het verleden gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een licht verstandelijke beperking en een anders gespecificeerde trauma-gerelateerde stoornis. Verdachte heeft zich
meermaals niet gehouden aan voorwaarden en afspraken, waardoor reclasseringstrajecten voortijdig werden beëindigd. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog. Verdachte toont zich thans gemotiveerd voor verandering. Om die reden wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden: meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en gedragsinterventie cognitieve vaardigheden.
Ter zitting heeft deskundige mevrouw [deskundige] van [project] een aanvulling gegeven op het reclasseringsrapport, in die zin dat verdachte inmiddels is aangemeld voor het [project] . [project] is er voor dak- of thuislozen met meerdere problemen. Vaak is er sprake van psychiatrische problematiek in combinatie met verslaving. Via [project] krijgen zij een woning met intensieve ambulante begeleiding. Zodra bekend is wanneer verdachte vrijkomt zal er een woning of een tijdelijke verblijfplaats voor hem zijn. In het begin zal verdachte vijf dagen per week begeleiding krijgen. Dit wordt afgebouwd op het moment dat er meer stabiliteit is. Verdachte wil in contact komen met Novadic Kentron en staat nu open voor behandeling. Er zal daarnaast gezocht worden naar dagbesteding voor verdachte. Verdachte is open in het gesprek en realiseert zich dat hij een behandeling zal moeten ondergaan.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de Landelijke Oriëntatiepunten voor Straftoemeting. Hieruit volgt dat op een straatroof met licht geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden is gesteld en bij recidive een gevangenisstraf van 8 maanden.
Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 190 dagen met aftrek van het voorarrest passend en geboden. Dit betekent dat verdachte één dag na de uitspraak vrijkomt wat de onderhavige feiten betreft. De rechtbank onderschrijft het belang dat ter zitting door de verdediging is geschetst, dat verdachte zich na zijn invrijheidstelling volledig kan richten op het traject bij [project] en dat dit niet moet worden doorkruist door het op een later moment nog moeten uitzitten van openstaande vrijheidsstraffen. De rechtbank geeft het openbaar ministerie daarom uitdrukkelijk in overweging om de executie van eventuele openstaande straffen direct aansluitend aan de straf in de onderhavige zaak te laten plaatsvinden.
7.De vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd de proeftijd bij de voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 weken die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Breda van 25 april 2024 te verlengen met één jaar. Hij verzoekt daarnaast de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 13 oktober 2025 toe te voegen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe niet besluiten, omdat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en de goede weg lijkt te zijn ingeslagen. Tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf zal het traject dat is opgestart door [project] doorkruisen. De rechtbank acht daarom verlenging van de proeftijd met één jaar op zijn plaats en wijzigt de voorwaarden in die zin dat dat wordt toegevoegd de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering.
8.De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 47, 57, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet Wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9.Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Parketnummer 02-197794-25
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Parketnummer 02-310804-25
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie IV;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 190 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, maar verlengt de proeftijd met één jaar en wijzigt de daaraan verbonden voorwaarden in die zin dat als bijzondere voorwaarden zullen worden toegevoegd:
* dat verdachte zich binnen drie werkdagen na invrijheidstelling meldt bij de
verslavingsreclassering van Novadic-Kentron op het adres Korte Raamstraat 3, 4818 CJ te Breda. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en gedraagt zich gedurende de proeftijd naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook als dit inhoudt medewerking verlenen aan een ambulante (forensische) behandeling na een indicatiestelling van het IFZO;
* dat verdachte zich ambulant laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
* dat verdachte verblijft bij [accommodatie] [project] of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
* indien de reclassering het noodzakelijk acht neemt verdachte actief deel aan de gedragsinterventie CoVa+ of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider.
Voorlopige hechtenis
- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk is aan het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde straf.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter en mr. D.S.G. Froger-Zeeuwen en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van K van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 12 februari 2026.
Mrs. D.S.G. Froger-Zeeuwen en K. Verschueren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Parketnummer 02-197794-25
hij op of omstreeks 30 mei 2025 te Breda
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een schoudertas (met inhoud), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
[slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)
toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van
geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] voornoemd, gepleegd met
het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij
betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij
de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
die [slachtoffer] voornoemd (met kracht)
* een klap in het gezicht te geven en/of (vervolgens/daarbij)
* (met het hoofd) op de grond te duwen en/of (vervolgens/daarbij)
* te duwen en/of te trekken en/of (vervolgens/daarbij)
* in de buik te trappen en/of (vervolgens daarbij)
* de schoudertas af te rukken;
( art 310 WetboekPro van Strafrecht, art 312 lid 1 WetboekPro van Strafrecht, art 312 lidPro 2
ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )
Parketnummer 02-310804-25
hij op of omstreeks 21 februari 2025 te Breda
een wapen van categorie IV, onder 4 van de Wet wapens en munitie,