Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 17 juni 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen, maar dat de zaak met voorrang wordt behandeld. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 februari 2026.