ECLI:NL:RBZWB:2026:938

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5041
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens tijdige beslissing op verzoek herziening voorlopige aanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het vermeende niet tijdig beslissen door de inspecteur op zijn verzoek om herziening van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2024.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de inspecteur het verzoek om herziening op 13 juni 2025 heeft ontvangen en binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken, namelijk op 6 augustus 2025, heeft beslist door het verzoek af te wijzen. Hierdoor is de beslistermijn niet overschreden.

Omdat de inspecteur tijdig heeft beslist, is het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank legt geen dwangsom op en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 13 februari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de inspecteur tijdig heeft beslist op het verzoek om herziening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5041

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld, omdat de inspecteur volgens hem niet op tijd heeft beslist op het verzoek om herziening van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2024 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.40.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. De inspecteur heeft het verzoek om herziening op 13 juni 2025 ontvangen. De termijn waarbinnen de inspecteur op het verzoek om herziening had moeten beslissen, is acht weken na ontvangst van het verzoek (de aanvraag) en eindigde dus op 8 augustus 2025. De inspecteur heeft op 6 augustus 2025 het verzoek om herziening afgewezen.
3.1.
De rechtbank stelt vast dat de inspecteur binnen de termijn heeft beslist. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De inspecteur heeft de beslistermijn niet overschreden. Daarom kan de rechtbank geen beslistermijn opleggen en hoeft de inspecteur geen dwangsom aan belanghebbende te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 13 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.