Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
had kunnenworden indien het Openbaar Ministerie voortvarender was geweest tijdens het opsporingsonderzoek en met het nemen van de vervolgbeslissing, maar of de getuige
kanworden gehoord op het moment dat de verdediging zich op het recht daartoe beroept. Er was dus een goede reden voor het niet kunnen ondervragen van aangever. De verklaring van aangever zal bij een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten van zwaarwegend belang zijn (ii). De verklaring wordt echter in belangrijke mate ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals camerabeelden, bevindingen naar aanleiding van onderzoek aan telefoons en de verklaring van verdachte. Dit wordt hierna nader uiteengezet. De rechtbank ziet daarnaast factoren die compensatie bieden voor het ontbreken van het ondervragingsrecht (iii). Aangever is naast zijn aangifte vijf keer uitgebreid door de politie verhoord. Ook verdachte en medeverdachten zijn meermalen door de politie verhoord, waarbij zij de kans hebben gehad om hun verhaal te vertellen. Daarnaast heeft verdachte de gelegenheid gehad om ter zitting te verschijnen en te verklaren, maar daarvan geen gebruik gemaakt. Hierna zal de rechtbank bovendien nog expliciet ingaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.Beslissing
een gevangenisstraf van 30 maanden;