ECLI:NL:RBZWB:2026:947
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij niet tijdig beslissen door Dienst Toeslagen
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen. Nadat de Dienst Toeslagen alsnog op het bezwaar had beslist, trok verzoekster haar beroep in, maar verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen tegemoet was gekomen aan het beroep tegen het niet tijdig beslissen, waardoor proceskostenvergoeding voor dat deel toewijsbaar was. Voor het beroep tegen het besluit van 24 februari 2025 werd de vergoeding afgewezen, omdat het besluit niet was gewijzigd en de motivering niet nieuw was.
De rechtbank veroordeelde de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten en wees erop dat het griffierecht van € 53,- door de Dienst Toeslagen vergoed moet worden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op 16 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot betaling van € 467,- aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.