Eiser heeft op 25 juni 2025 een verzoek ingediend tot rectificatie van een BPS-mutatie van 24 februari 2020. De minister van Defensie heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van vier weken een besluit genomen. Eiser heeft op 24 juli 2025 een ingebrekestelling gestuurd, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. Het standpunt van de minister dat op 4 augustus 2025 al een besluit zou zijn genomen, wordt verworpen omdat de betreffende mutatie niet in dat besluit is genoemd.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de verbeurde dwangsom vast op €1.442.
Eiser heeft geen griffierecht betaald wegens betalingsonmacht en heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en wordt openbaar gemaakt.