ECLI:NL:RBZWB:2026:972
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17 februari 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het griffierecht, dat bij het indienen van het verzoek betaald had moeten worden, niet binnen de gestelde termijn was ontvangen. Verzoeker was hierover per aangetekende brief geïnformeerd en gewezen op de consequenties van niet-betaling.
Op grond van artikel 8:82 in Pro samenhang met artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet tijdig betalen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen zitting gehouden omdat dit op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb niet verplicht was. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.