Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
subsidiairmedeplichtig is aan de oplichting van [benadeelde partij] door middel van bankhelpdeskfraude,
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
primair
anderenwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten het afgeven van een of meerdere bankpassen met bijbehorende pincodes en sieraden, door
metmeerdere bankpassen van die [benadeelde partij] , meermaals heeft geprobeerd te pinnen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een jeugddetentie van 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;