Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Dutch Falcon Yachts (DFY) vordert in kort geding dat de eigenaren van een motorjacht, dat sinds juni 2023 op het terrein van DFY ligt, het vaartuig verwijderen. DFY stelt dat de eigenaren ondanks sommatie het jacht niet hebben verwijderd, waardoor zij een voorlopige voorziening vorderen om ontruiming af te dwingen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 januari 2026 maken partijen afspraken over de verwijdering, die zij in het vonnis wensen vastgelegd. De vordering wordt verminderd conform deze afspraken en door de gedaagden aanvaard. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van het toepasselijke Nederlandse recht en wijst de aangepaste vordering toe.
De voorzieningenrechter veroordeelt de eigenaren hoofdelijk om het motorjacht uiterlijk 28 februari 2026 te ontruimen en het terrein te verlaten, onder voorwaarden over offertes van pontonbedrijven en hijswerkzaamheden. Bij niet-naleving geldt een dwangsom van € 2.500 per dag vanaf 13 maart 2026, met een maximum van € 250.000. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de eigenaren om het motorjacht uiterlijk 28 februari 2026 te verwijderen onder voorwaarden met een dwangsom bij niet-naleving.