ECLI:NL:RBZWB:2026:996

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
C/02/442944/KG ZA 25-671 (E))
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Scheffers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijdering motorjacht van terrein Dutch Falcon Yachts

Dutch Falcon Yachts (DFY) vordert in kort geding dat de eigenaren van een motorjacht, dat sinds juni 2023 op het terrein van DFY ligt, het vaartuig verwijderen. DFY stelt dat de eigenaren ondanks sommatie het jacht niet hebben verwijderd, waardoor zij een voorlopige voorziening vorderen om ontruiming af te dwingen.

Tijdens de mondelinge behandeling op 30 januari 2026 maken partijen afspraken over de verwijdering, die zij in het vonnis wensen vastgelegd. De vordering wordt verminderd conform deze afspraken en door de gedaagden aanvaard. De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van het toepasselijke Nederlandse recht en wijst de aangepaste vordering toe.

De voorzieningenrechter veroordeelt de eigenaren hoofdelijk om het motorjacht uiterlijk 28 februari 2026 te ontruimen en het terrein te verlaten, onder voorwaarden over offertes van pontonbedrijven en hijswerkzaamheden. Bij niet-naleving geldt een dwangsom van € 2.500 per dag vanaf 13 maart 2026, met een maximum van € 250.000. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de eigenaren om het motorjacht uiterlijk 28 februari 2026 te verwijderen onder voorwaarden met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/442944 / KG ZA 25-671
Vonnis in kort geding van 2 februari 2026
in de zaak van
DUTCH FALCON YACHTS B.V.,
te Waalwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: DFY,
advocaat: mr. E.H.J. Slager,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [plaats] (Duitsland),
2.
[gedaagde 2],
te [plaats] (Duitsland),
gedaagde partijen,
hierna gezamenlijk te noemen: [gedaagden] ,
verschenen in persoon van de gevolmachtigde, dr. [gemachtigde] , bijgestaan door advocaat mr. R.B.H. Beune.

1.De zaak in het kort

1.1.
[gedaagden] heeft een motorjacht in eigendom, dat sinds zich sinds 2023 bevindt op een terrein van DFY. De vorderingen van DFY strekken ertoe dat [gedaagden] het motorjacht van haar terrein verwijdert. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen daarover afspraken gemaakt, die zij in een vonnis vastgelegd willen zien.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 december 2025 met producties 1 t/m 9,
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 9,
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van DFY.

3.IPR

3.1.
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en is bevoegd om kennis te nemen van het onderhavige geschil nu DFY een vordering instelt uit hoofde van onrechtmatige daad, welke onrechtmatige daad met daaruit voortvloeiende schade zich volgens de stellingen van DFY in Nederland voordoen. Partijen zijn het erover eens, blijkens hun stellingen, dat Nederlands recht van toepassing is.

4.De feiten

4.1.
DFY is bouwer van sport- en recreatievaartuigen en (super)jachten. Daarnaast houdt zij zich bezig met de aan- en verkoop van gebruikte en nieuw vervaardigde jachten.
4.2.
[gedaagden] heeft in eigendom het motorjacht van het merk GAIA, [naam motorjacht] genaamd.
4.3.
Het motorjacht bevindt zich vanaf 28 juni 2023 op het terrein van DFY.
4.4.
DFY heeft [gedaagden] verzocht en gesommeerd het motorjacht van haar terrein te verwijderen. [gedaagden] heeft daar niet aan voldaan.
4.5.
Tussen de (advocaten van) partijen heeft correspondentie plaatsgevonden. Partijen hebben geen oplossing bereikt.

5.Het geschil en de beoordeling daarvan.

5.1.
DFY vordert in de dagvaarding als voorlopige voorziening:
[gedaagden] hoofdelijk dan wel ieder afzonderlijk te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis het motorjacht met alle zich daarin vanwege [gedaagden] bevindende personen en goederen te ontruimen van het terrein van DFY en te verlaten op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag voor iedere dag dat niet aan die veroordeling is voldaan vanaf 3 dagen na betekening van dit vonnis met een maximum van € 500.000,00 en te bepalen dat bij gebreke daarvan de ontruiming zo nodig door de deurwaarder met behulp van de sterke arm bewerkstelligd kan worden,
alsmede [gedaagden] hoofdelijk dan wel ieder afzonderlijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten en de nakosten.
5.2.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afspraken gemaakt. Daarbij hebben zij aangegeven dat zij voor het overige al hun rechten voorbehouden. DFY heeft haar vordering overeenkomstig die afspraken verminderd conform wat hierna in het dictum is vermeld. [gedaagden] heeft ingestemd met de toewijzing van die verminderde vordering, nu die overeenstemt met de gemaakte afspraken.
5.3.
Nu aldus kan worden geoordeeld dat [gedaagden] zich niet langer verzet tegen de verminderde eis, ligt deze voor toewijzing gereed.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om het motorjacht genaamd [naam motorjacht] uiterlijk 28 februari 2026 met alle zich daarin vanwege [gedaagden] bevindende personen en goederen te ontruimen van het terrein van DFY en te verlaten, onder de voorwaarden dat:
- DFY uiterlijk 14 februari 2026 aan [gedaagden] heeft verstrekt 2 offertes van pontonbedrijven ten behoeve van de binnenvaart en 2 offertes van pontonbedrijven ten behoeve van de zeevaart, zulks ter accordering van [gedaagden] c.s, waarbij de kosten met betrekking tot het ponton voor rekening van [gedaagden] zijn,
- DFY het motorjacht met een kraan op een ponton hijst, waarbij de kraankosten voor rekening van DFY zijn,
6.2.
bepaalt dat indien [gedaagden] hieraan niet voldoet [gedaagden] na twee dagen na betekening van dit vonnis – doch niet eerder dan 13 maart 2026 – een dwangsom verbeurt van € 2.500,00 per dag voor iedere dag dat niet aan de veroordeling is voldaan, met een maximum van € 250.000,00,
6.3.
compenseert de kosten van dit geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026