ECLI:NL:RBZWO:1999:AA3438
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake opvangrecht bij tweede asielaanvraag op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers
Verzoeker, afkomstig uit Sierra Leone, stelde dat hij sinds zijn aanmelding op 11 december 1998 rechtmatig in Nederland verblijft en aanspraak maakt op opvang en verstrekkingen op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (RVA). Hij betwistte dat zijn tweede asielaanvraag pas officieel op 31 maart 1999 kon worden ingediend en stelde dat het COA een eigen onderzoeksplicht heeft en niet uitsluitend op de IND-informatie mag vertrouwen.
De verweerder, het COA, stelde dat het geen eigen beoordelingsruimte heeft en gebonden is aan de IND-beslissingen. De RVA bepaalt dat een tweede of volgende asielaanvraag geen recht op opvang geeft, ongeacht de inhoud van de nieuwe aanvraag. De rechtbank oordeelde dat het COA terecht uitging van de IND-informatie en dat de weigering tot opvang een besluit is waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn voor besluitvorming was overschreden en gelastte het COA binnen een week een schriftelijk besluit te nemen. Tevens werd het COA veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank verwierp het beroep van verzoeker op internationale verdragen en bevestigde de bevoegdheid van het COA en de Minister van Justitie om regels te stellen over opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: Het COA moet binnen een week een besluit nemen over de opvangaanvraag van verzoeker en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.