ECLI:NL:RBZWO:1999:AA3655
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot proceskostenveroordeling vergunninghouder bij intrekking voorlopige voorziening
Verzoeker maakte bezwaar tegen een bouwvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Dronten aan vergunninghouder voor het bouwen van een woning op een perceel. Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen. Vergunninghouder gaf aan dat hij zou beginnen met bouwen indien geen voorlopige voorziening werd getroffen. Later gaf vergunninghouder aan dat hij vanwege aankoop van een andere woning de bouw voorlopig niet zou starten, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk.
Verzoeker verzocht de rechtbank vergunninghouder te veroordelen in de proceskosten omdat vergunninghouder het verzoek om voorlopige voorziening zou hebben uitgelokt. De rechtbank overweegt dat een natuurlijke persoon alleen in proceskosten kan worden veroordeeld bij kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Vergunninghouder was echter slechts als derde belanghebbende ambtshalve in de procedure betrokken en heeft zelf geen procedure gestart of misbruikt.
De rechtbank concludeert dat er geen grond is voor proceskostenveroordeling van vergunninghouder en wijst het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot veroordeling van vergunninghouder in de proceskosten wordt afgewezen.