ECLI:NL:RBZWO:1999:AA3773
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- C.M. van Beeck Calkoen-Reus
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens gerechtvaardigd vertrouwen
Eiser, werkzaam als laborant, ontving vanaf 1990 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. Na herbeoordelingen en onderzoeken werd zijn uitkering in 1997 ingetrokken omdat zijn feitelijke verdiensten een lagere mate van arbeidsongeschiktheid van 12,5% aangaven, onder de wettelijke grens voor uitkering.
Eiser stelde dat hem in 1992 schriftelijk was toegezegd dat periodieke loonsverhogingen geen invloed zouden hebben op zijn uitkering, waardoor hij gerechtvaardigd vertrouwen had opgebouwd. Dit vertrouwen werd door verweerder niet geëerbiedigd, wat leidde tot ernstige financiële problemen voor eiser, onder meer bij de aankoop van een woning.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onjuiste informatie had verstrekt en nalatig was geweest in het tijdig corrigeren van de beoordeling. Het gerechtvaardigd vertrouwen van eiser woog zwaarder dan het belang van de intrekking van de uitkering. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van het griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens gerechtvaardigd vertrouwen en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.