ECLI:NL:RBZWO:1999:AA4265
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Moorman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen beëindiging WW-uitkering wegens ziekteperiode en zwangerschapsverlof
Eiseres, een kapster, ontving arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die in april 1998 werden ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid. Zij meldde zich op 8 juli 1998 ziek vanuit de WW vanwege bekkeninstabiliteit tijdens zwangerschap. Verweerder beëindigde daarop haar WW-uitkering per die datum en gaf aan dat de eerste drie maanden ziekte geen invloed hebben op de uitkeringsduur.
Eiseres tekende bezwaar aan tegen dit besluit en de mededeling, maar de rechtbank oordeelt dat de mededeling geen besluit in de zin van de Awb is en dus niet zelfstandig bestreden kan worden. Tevens zijn er geen grieven tegen de beëindiging van de WW-uitkering zelf aangevoerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het oordeel is dat eiseres het moment van vaststelling van het einde van het WW-recht moet afwachten om daartegen in beroep te gaan.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.