ECLI:NL:RBZWO:1999:AB0604
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering zorgindicatie voor duurzaam verblijf in verzorgingshuis
Eiseres verzocht op 2 december 1997 om zorg in de vorm van duurzaam verblijf en verzorging in een verzorgingshuis. Het lokaal indicatieorgaan Almere besloot op 3 februari 1998 negatief op deze aanvraag, omdat eiseres met ondersteuning thuis zelfredzaam zou zijn. Na bezwaar en een hoorzitting handhaafde het indicatieorgaan het besluit.
De rechtbank toetst of de weigering van zorgindicatie rechtmatig is. Volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en het Zorgindicatiebesluit is een indicatiebesluit van het indicatieorgaan een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit besluit is bindend voor de zorgverzekeraar die de zorg tot gelding moet brengen.
De rechtbank constateert dat het indicatieorgaan tijdens de bezwaarprocedure niet het advies van de Ziekenfondsraad heeft ingewonnen, terwijl artikel 58 AWBZ Pro dit voorschrijft bij beslissingen op bezwaar over aanspraken op zorg. Verweerder stelde dat dit advies pas bij de zorgverzekeraar nodig zou zijn, maar de rechtbank wijst dit af. Het advies van de Ziekenfondsraad is juist bedoeld om eenduidigheid te verkrijgen over de medische aanspraak op zorg en moet daarom in deze fase worden ingewonnen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op na het inwinnen van het advies van de Ziekenfondsraad een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder verplicht het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege het niet inwinnen van advies van de Ziekenfondsraad.