ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6428
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing Nederlandse sociale verzekeringswetgeving op Duitse deelvisser
Eiser, een deelvisser werkzaam voor een Duitse onderneming, verzocht de Sociale Verzekeringsbank om ook voor 1999 een overeenkomst te sluiten op grond van artikel 17 van Pro Verordening (EEG) nr. 1408/71, zodat de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving op hem van toepassing zou blijven. Verweerder wees dit verzoek af omdat het beleid is om artikel 17-overeenkomsten te beperken tot een periode van maximaal vijf jaar, om te voorkomen dat artikel 13 van Pro de Verordening een dode letter wordt.
Eiser stelde dat de Duitse wetgeving voor hem nadelig is en dat er fiscale problemen spelen, waardoor hij onder de Nederlandse wetgeving wilde blijven vallen. De rechtbank oordeelde dat deze bezwaren niet vergelijkbaar zijn met de uitzonderingssituaties waarin verweerder langer dan vijf jaar artikel 17 toepast Pro, zoals bij dubbele premie-afdracht zonder dubbel recht of inadequate verzekering.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van verweerder binnen redelijke beleidsregels valt en dat de toepassing daarvan in het concrete geval van eiser de rechterlijke toetsing kan doorstaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit van verweerder blijft in stand.