ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6493
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitvoerbaarverklaring dwangbevelen tot lijfsdwang wegens niet-betaalde belastingaanslagen na emigratie
Gedaagde en zijn echtgenote hebben een agrarische onderneming te Lelystad gehad, die zij in 1992 staakten en vervolgens naar Canada emigreerden. Gedaagde deed geen aangifte over 1992 en heeft de verkoopopbrengst van zijn bedrijf naar Canada overgemaakt, waardoor de Nederlandse fiscus geen verhaal heeft. De Belastingdienst legde ambtshalve naheffingsaanslagen op over 1991 en 1992, inclusief wettelijke verhogingen en rente, met een totaalbedrag van ruim 3 miljoen gulden.
Gedaagde betwist de aanslagen en stuurde een brief waarin hij de hoogte van de aanslagen in twijfel trekt en stelt dat hij niet van plan is te betalen. De Belastingdienst stelde hem in de gelegenheid alsnog correcte aangiften in te dienen, maar gedaagde weigerde dit. De rechtbank oordeelt dat de aanslagen onherroepelijk en invorderbaar zijn en dat het bezwaar van gedaagde de betalingsverplichting niet schorst.
Gezien het feit dat gedaagde geen vermogen in Nederland heeft en de dwangbevelen in Canada niet uitvoerbaar zijn, is lijfsdwang het enige resterende dwangmiddel. De rechtbank weegt het recht op persoonlijke vrijheid af tegen het belang van de Belastingdienst en besluit de dwangbevelen uitvoerbaar te verklaren door gijzeling, met een maximale duur van één jaar. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dwangbevelen uitvoerbaar bij lijfsdwang en veroordeelt gedaagde in de kosten.