ECLI:NL:RBZWO:2000:AA6505
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitvoerbaarverklaring dwangbevelen bij lijfsdwang wegens niet-betaalde naheffingsaanslagen inkomstenbelasting na emigratie
Gedaagde en haar echtgenoot hebben een agrarische onderneming te Lelystad gehad, die zij op 7 januari 1992 staakten en Nederland metterwoon verlieten om naar Canada te emigreren. Gedaagde deed over 1991 wel aangifte, maar niet over 1992 en gaf geen stakingswinst op. De Belastingdienst legde ambtshalve naheffingsaanslagen op, die gedaagde betwistte, maar geen tijdig bezwaarschrift indiende.
De Ontvanger van de Belastingdienst vorderde de tenuitvoerlegging van dwangbevelen tot invordering van ruim 3 miljoen gulden, vermeerderd met rente en kosten, en verzocht om toepassing van lijfsdwang. Gedaagde voerde aan dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld en dat de aanslagen te hoog waren, maar gaf geen inzicht in haar berekeningen en weigerde correcte aangiften te doen.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen onherroepelijk en invorderbaar zijn, dat gedaagde onwillig is tot betaling en voldoende vermogen bezit om te voldoen. De belangenafweging leidde tot toewijzing van de vordering tot lijfsdwang, waarbij het recht op persoonlijke vrijheid van gedaagde wijkt voor het belang van de Ontvanger. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dwangbevelen uitvoerbaar bij lijfsdwang en veroordeelt gedaagde tot betaling van de naheffingsaanslagen inclusief kosten en rente.