ECLI:NL:RBZWO:2000:AA9179
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Weenink
- G.P. Nieuwenhuis
- G. Eelsing
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag na overlijden jonge vrouw na vermissing
De rechtbank Zwolle behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de dood van Ankie Blommaert. De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Wel achtte de rechtbank subsidiair bewezen dat verdachte doodslag had gepleegd.
Het bewijs bestond uit onder meer het laatste contact tussen verdachte en het slachtoffer, een bedreigende brief met daderkennis, getuigenverklaringen, en een schoenspoor op de plaats delict. Verdachte ontkende stelselmatig, maar zijn leugens over zijn alibi en de brief droegen juist bij aan het bewijs.
De rechtbank besloot het minderjarigenstrafrecht toe te passen omdat verdachte ten tijde van het delict 16 jaar was. Gezien de ernst van het misdrijf en de persoon van verdachte werd een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 24 maanden opgelegd, bij voorkeur in een Forensisch Orthopedagogisch Centrum, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opgelegd.
Verder werden bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer, terwijl andere aan verdachte werden teruggegeven. De rechtbank nam diverse psychologische en psychiatrische rapporten in overweging, waarin verdachte werd omschreven als een kwetsbare adolescent met een verstoorde agressieregulatie.
De uitspraak werd gedaan door drie rechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 24 maanden jeugddetentie met maatregel plaatsing in een Forensisch Orthopedagogisch Centrum voor doodslag.