ECLI:NL:RBZWO:2000:AF0521
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsanering na overlijden saniet zonder faillietverklaring nalatenschap
De rechtbank Zwolle behandelde de zaak van de heer X., die op 29 januari 2000 overleed terwijl hij onder een schuldsaneringsregeling viel. De bewindvoerster meldde dat de heer X. tot zijn overlijden aan alle verplichtingen had voldaan. De rechter-commissaris stelde voor om de schuldsanering tussentijds te beëindigen en een curator voor de nalatenschap te benoemen, stellende dat de nalatenschap analoog aan art. 198 Fw Pro. in faillissement verkeert.
Tijdens de mondelinge behandeling op 14 maart 2000 verscheen alleen erfgenaam mevrouw Y., die de erfenis beneficiair aanvaardde en geen bezwaar maakte tegen beëindiging van de schuldsanering of benoeming van een curator. De bewindvoerster was van mening dat geen reden bestond tot beëindiging, maar vroeg voor het geval de rechtbank anders zou beslissen om benoeming tot curator.
De rechtbank oordeelde dat het overlijden van de saniet tijdens de schuldsanering, zeker als het saneringsplan nog niet was vastgesteld of de looptijd nog niet verstreken, betekent dat de saniet zijn verplichtingen niet meer kan nakomen. Daarom moet de schuldsanering op grond van art. 350 lid 2 sub c Fw Pro. worden beëindigd. Echter, de nalatenschap kan niet automatisch failliet worden verklaard omdat een overleden natuurlijke persoon niet failliet kan zijn en de Faillissementswet bepaalt dat faillissement van een nalatenschap alleen op verzoek van schuldeisers kan worden uitgesproken.
De rechtbank besloot daarom de schuldsanering te beëindigen, geen curator te benoemen en het salaris van de bewindvoerder vast te stellen. De kosten van publicaties komen ten laste van de Staat. De heer X. wordt geen verwijt gemaakt; het oordeel is puur juridisch van aard.
Uitkomst: De schuldsanering wordt beëindigd wegens overlijden saniet, zonder faillietverklaring van de nalatenschap.