ECLI:NL:RBZWO:2001:AB2326
Rechtbank Zwolle
- Cassatie
- M.H.S. Lebens-de Mug
- M.B. Werkhoven
- F. Spiering - van der Maden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over betaling advocatenhonorarium en bevoegdheid burgerlijke rechter
In deze civiele procedure vordert geopposeerde betaling van een advocatenhonorarium van opposante. Opposante betwist de geldigheid van de dagvaarding, de bevoegdheid van de rechter, de opdrachtverlening, de hoogte van het honorarium en stelt verjaring in.
De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding geldig is betekend aan de toenmalige bestuurder, dat geopposeerde mocht vertrouwen op het handelsregister en dat opposante voldoende op de hoogte was van de procedure. De rechtbank stelt vast dat de gewone burgerlijke rechter bevoegd is om het geschil over de verschuldigdheid en hoogte van het honorarium te beoordelen, ook indien de bijzondere WTBZ-procedure niet is gevolgd.
De rechtbank verwerpt het verweer van opposante dat geen opdracht is gegeven, gelet op correspondentie en intensieve contacten. Ook het verweer dat het honorarium te hoog is, wordt afgewezen omdat de uren en het tarief redelijk en voldoende gespecificeerd zijn. De verjaring wordt verworpen vanwege stuiting door sommatie. Opposante wordt veroordeeld tot betaling van het honorarium en de buitengerechtelijke kosten, en in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet van opposante wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis tot betaling van het advocatenhonorarium wordt bekrachtigd.