ECLI:NL:RBZWO:2001:AB3052
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor opzet bij visumfraude
De rechtbank Zwolle behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen of medeplichtigheid aan visumfraude. Verdachte werd eerst als getuige gehoord zonder te zijn gewezen op zijn verschoningsrecht, waarna het OM hem vervolgde. Verdachte voerde meerdere verweren aan, waaronder schending van het gelijkheidsbeginsel en strafrechtelijke immuniteit vanwege zijn ambtelijke functie.
De rechtbank oordeelde dat het OM ontvankelijk was in de vervolging, omdat er bij de eerste verhoor al een redelijk vermoeden van schuld bestond, hoewel de getuigenverklaring niet als bewijs kon worden gebruikt. Het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat verdachte een specifieke rol had binnen de visumprocedure en het verwijt niet gericht was op de uitvoering van een overheidstaak.
Uiteindelijk achtte de rechtbank het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, met name ontbrak het bewijs van opzet, ook niet voorwaardelijk, gericht op winstbejag. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzet.