ECLI:NL:RBZWO:2001:AB3348
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.I. Lammertsma-van der Heij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAZ-uitkering wegens onjuiste berekening arbeidsongeschiktheidspercentage
Eiseres, geboren in 1940 en melkveehouder, ontving sinds 1995 een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door rug- en heupklachten. Na een herbeoordeling in 1999 werd haar uitkering per 1 januari 2000 ingetrokken omdat zij volgens de verzekeringsarts weer benutbare arbeidsmogelijkheden had. De arbeidsdeskundige stelde een belastbaarheidspatroon op en duidde vijf functies die eiseres zou kunnen vervullen.
Eiseres voerde bezwaar aan met medische verklaringen van haar specialist en huisarts, die haar afraden staand of belastend werk te verrichten, maar zittend werk wel mogelijk achten. De rechtbank oordeelt dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en dat zittend werk mogelijk is. De arbeidsmarktsituatie speelt geen rol in de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid.
De kern van het geschil betreft de wijze waarop verweerder de verdiencapaciteit heeft berekend aan de hand van het Schattingsbesluit, waarbij functies binnen een 'bandbreedte' van uren worden meegeteld. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende arbeidsplaatsen binnen die bandbreedte heeft gevonden en dat de gehanteerde methode leidt tot een overschatting van de verdiencapaciteit.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en concludeert dat verweerder ten onrechte geen reductiefactor toepast bij functies met minder dan zeven arbeidsplaatsen binnen de bandbreedte. Hierdoor is het arbeidsongeschiktheidspercentage onjuist vastgesteld. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAZ-uitkering wordt vernietigd wegens een onjuiste berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage.