ECLI:NL:RBZWO:2001:AD3437
Rechtbank Zwolle
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting seksinrichting wegens verblijf prostituees
Verzoekster exploiteert een seksinrichting waar meerdere controles hebben plaatsgevonden waarbij prostituees uit Midden- en Oost-Europese landen werden aangetroffen die een vergunning tot verblijf (vtv) als zelfstandige prostituee hadden aangevraagd. Verweerder besloot tot sluiting van de inrichting wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), specifiek artikel 3.2.5 sub b, dat exploitanten verplicht maatregelen te nemen tegen prostitutie door personen die niet voldoen aan verblijfs- en arbeidsregels.
Verzoeksters maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen. De rechtbank toetst terughoudend en concludeert dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd op welke gronden de prostituees in strijd met de Vreemdelingenwet (VW) of Wet arbeid vreemdelingen (Wav) zouden werken. De rechtmatigheid van het verblijf is niet betwist, en het enkele feit dat de prostituees nog geen definitieve vtv hebben, is onvoldoende om de sluiting te rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat het bestuursorgaan wel bevoegd is om bestuursdwang toe te passen, maar dat het besluit onvoldoende draagkrachtige motivering bevat. Het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel worden niet geschonden omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan. De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot sluiting wordt geschorst tot zes weken na beslissing op bezwaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot tijdelijke sluiting van de seksinrichting wordt geschorst wegens onvoldoende motivering omtrent illegale arbeid van prostituees.