ECLI:NL:RBZWO:2001:AD3474
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Redelijke rechtvaardiging van onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden in nabestaandenuitkering
Eiseres, die in het bezit was van een nabestaandenuitkering, is in 1996 hertrouwd en in 1997 gescheiden. Haar aanvraag tot herleving van de nabestaandenuitkering werd geweigerd omdat zij gehuwd was en het recht op herleving volgens artikel 16, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet (Anw) alleen geldt voor ongehuwd samenwonenden.
De rechtbank onderzocht of het onderscheid tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden in dit artikel redelijk en objectief gerechtvaardigd is en of dit onderscheid in strijd is met internationaalrechtelijke bepalingen zoals artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro. De rechtbank concludeerde dat het onderscheid gerechtvaardigd is vanwege de verwachting dat gehuwden weten dat zij een gezamenlijke huishouding voeren, terwijl dit bij ongehuwd samenwonenden minder duidelijk is.
De wetsgeschiedenis toont aan dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling om rechtszekerheid te waarborgen en praktische uitvoerbaarheid te garanderen. Een nadere nuancering zou tot onduidelijkheid en ongelijkheden leiden. Het beroep van eiseres, die zich beroept op gelijke behandeling op grond van internationale verdragen, wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank bevestigt dat het recht op herleving van de nabestaandenuitkering niet geldt voor gehuwden, ook niet als zij feitelijk een gezamenlijke huishouding beëindigen. Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank wordt gehandhaafd en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van herleving van de nabestaandenuitkering wordt gehandhaafd.