ECLI:NL:RBZWO:2001:AD4802
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H.S. Lebens-de Mug
- J.W.F. Houthoff
- H.C.A. Walda
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verzekeringsdekking bij opzettelijke brandstichting schoolgebouw
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid en verzekeringsdekking centraal na een brandstichting in een schoolgebouw te Lelystad in januari 1995. De eiseres Royal Nederland Verzekering Maatschappij vordert schadevergoeding van de aansprakelijke, die door de kinderrechter reeds is veroordeeld voor de brandstichting. Tevens is een procedure tot vrijwaring gevoerd tegen verzekeraar Aegon.
De feiten tonen aan dat de aansprakelijke opzettelijk brand heeft gesticht in het schoolgebouw, waarbij hij eerst een prullenbak en daarna handdoeken in brand stak. Hoewel hij stelde dat hij slechts rook wilde veroorzaken om het brandalarm te activeren, oordeelt de rechtbank dat hij zich bewust was van het risico op brandschade van enige omvang.
Aegon beroept zich terecht op de opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering, waardoor zij niet gehouden is dekking te bieden voor de schade die het zekere gevolg is van het opzettelijke handelen van de verzekerde. De rechtbank wijst de vordering tot vrijwaring af. De schadevergoedingsverplichting van de aansprakelijke wordt gematigd tot 100.000 gulden vanwege zijn draagkracht en omstandigheden. Proceskosten worden aan de aansprakelijke opgelegd.
Uitkomst: De aansprakelijke wordt veroordeeld tot een gematigde schadevergoeding van 100.000 gulden aan Royal Nederland, terwijl Aegon niet gehouden is tot dekking wegens de opzetclausule.