ECLI:NL:RBZWO:2001:AF0529
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling van echtgenoot leidt tot beëindiging regeling van schuldenares zonder faillissement
De rechtbank Zwolle heeft op 8 februari 2001 uitspraak gedaan over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenares die in gemeenschap van goederen gehuwd is met een echtgenoot wiens schuldsaneringsregeling eerder werd beëindigd wegens bovenmatige schulden en wanprestatie.
De rechter-commissaris had voorgesteld om ook de regeling van de schuldenares te beëindigen, ondanks dat zij geen verwijt treft en gescheiden leeft van haar echtgenoot. De rechtbank overwoog dat hoewel de Hoge Raad in een arrest van 12 mei 2000 stelde dat afwijzing van het verzoek van de ene echtgenoot ook het verzoek van de andere echtgenoot treft, deze motivering niet goed aansluit bij de werking van art. 63 Faillissementswet Pro, die het mogelijk maakt dat de ene echtgenoot failliet is en de andere niet.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de regeling van de echtgenoot wel meebrengt dat de regeling van de schuldenares moet worden beëindigd, omdat zij anders niet wordt bevrijd van nieuwe bovenmatige schulden die haar echtgenoot heeft gemaakt en waarvoor zij mede aansprakelijk is. Echter, dit betekent niet dat zij automatisch in staat van faillissement verkeert. De rechtbank zal geen curator benoemen en stelt het salaris van de bewindvoerder vast. De publicatiekosten worden ten laste van de Staat gebracht.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van de schuldenares wordt beëindigd zonder dat zij daardoor automatisch failliet wordt verklaard.