ECLI:NL:RBZWO:2001:AU2505
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen toestemming vaststellingsovereenkomst en verzoek ontslag bewindvoerder
De schuldenaar was in 1986 surseance van betaling verleend en in 1987 failliet verklaard, waarna een curator werd benoemd. De curator sloot een regeling met een schuldenaar waarbij een deel van de vordering werd betaald tegen finale kwijting. Het faillissement werd in 1996 opgeheven. Later werd een schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard met een bewindvoerder.
De schuldenaar stelde dat de curator onzorgvuldig had gehandeld en vorderde een hogere schadevergoeding. Er werd onderhandeld over een schikking met de aansprakelijkheidsverzekeraar van de curator, waarbij een deelregeling werd getroffen voor €100.000 voor passiefschade, exclusief inkomensschade. De rechter-commissaris keurde deze regeling goed, maar de schuldenaar ging in beroep.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris redelijk had gehandeld en dat de deelregeling het maximaal haalbare was gezien de onzekerheden en procesrisico’s. Ook was er geen grond voor ontslag van de bewindvoerder, ondanks verschillen van inzicht en vertragingen. Het beroep werd verworpen en het verzoek tot ontslag afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toestemming tot vaststellingsovereenkomst wordt verworpen en het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder afgewezen.